BETREKKELIJK VOORNAAMWOORD

Wij, Nederlanders, hebben de neiging veelvuldig de combinatie ‘waar + voorzetsel’ te gebruiken; waarmee, waarop, waarin, enzovoort.

 

In het Duits moet bij persoonsnamen het betrekkelijk voornaamwoord gebruikt worden, bij zaaknamen geeft men de voorkeur aan ‘mit der’ of ‘in dem’ in plaats van ‘womit’ of ‘worin’ enzovoort.

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig meervoud
1e nv der die das die
2e nv dessen deren dessen deren
3e nv dem der dem denen
4e nv den die das die

 

Er zijn maar vijf vormen die afwijken van het bepaald lidwoord, namelijk: de 2e nv. mannelijk, vrouwelijk en onzijdig en de 2e en 3e nv meervoud.

Voorbeelden:

Der Bäcker, der jeden Morgen früh aufsteht, …….

Der Mann, dessen Rad gestohlen war, ………..

Die Frau, deren Rad gestohlen war,……

Das Kind, dem ich das Geld gab, ………

Die Eltern, mit denen ich gesprochen habe, …….

Das Fernsehgerät, das ich vorige Woche gekauft habe, …………

oefenen

Advertenties