EIN-GROEP

 

De ein-groep.

Dezelfde uitgangen als de onbepaalde lidwoorden hebben:

Mein- Mijn
Dein- Jouw
Sein- Zijn
Ihr- Haar
Kein- Geen
Unser- Onze/ons
Euer- Jullie
Ihr- Hun
Ihr- uw

 

Dit zijn tevens de bezittelijke voornaamwoorden ( behalve kein) dus die zijn bij deze nu ook bij jou bekend.

Voorbeeld: der

Den Mann kenne ich nicht. Onderwerp = ich = 1e naamval

Lijdend voorwerp = den Mann = 4e naamval

 

Voorbeeld:  ein-

Einen Mann kenne ich nicht. Onderwerp = ich = 1e naamval

Lijdend voorwerp  = Einen Mann = 4e naamval

Dus dan wordt het:

mannelijk vrouwelijk onzijdig meervoud
1e nv ein Mann eine Frau ein Kind keine Kinder
2e nv eines Mannes einer Frau eines Kindes keiner Kinder
3e nv einem Mann einer Frau einem Kind keinen Kindern
4e nv einen Mann eine frau ein Kind keine Kinder

 

Voor ein- kun je ook een ander woord uit deze groep, de ein-groep nemen.

Merk op dat de 1e nv mannelijk en onzijdig en de 4e nv onzijdig géén uitgang hebben!

Kijk naar: 2e nv mannelijk en onzijdig en 3e nv meervoud. Ook hier gelden de regels van een extra s, es of n achter het zelfstandig naamwoord.

 

Oefenen

Advertenties