HOOFDREGELS DER, DIE, DAS

 

 

Mannelijk zijn de volgende zelfstandig naamwoorden. Zij krijgen als  bepaald lidwoord: der

  • Mannelijk personen en dieren (leraar, kater)
  • De jaargetijden (winter, lente zomer, herfst)
  • De namen van de dagen ( zondag, maandag enzovoorts)
  • De namen van de maanden (maart, mei april enzovoorts)
  • Zelfstandige naamwoorden afgeleid van werkwoorden( der Fall van het werkwoord fallen, der Stürz van het werkwoord stürzen)

 

Vrouwelijk zijn de volgende zelfstandig naamwoorden. Zij krijgen als  bepaald lidwoord: die

  • Vrouwelijke personen en dieren (lerares, koe)
  • Woorden die eindigen op –e (behalve mannelijke personen en dieren) (Schule, Note, Kirche)
  • Woorden die eindigen op –ei, -heit, -keit, -schaft, -ung, -ion, -ik, -tät

 

Onzijdig zijn de volgende zelfstandig naamwoorden. Zij krijgen als  bepaald lidwoord: das

  • Bij een mens of dier, waarbij je aan het woord niet kunt zien of het een jongen of een meisje is. (Baby, Kind, Rind)
  • Verkleinwoorden die eindigen op –chen of –lein.(Mädchen, Fräulein)
  • Woorden die beginnen met ge- en eindigen op –e (Gebirge, Gemälde)

 

Alle woorden die in het meervoud staan, hebben altijd die als bepaald lidwoord.

Let wel: dit zijn de hoofdregels, natuurlijk zijn daarop de nodige uitzonderingen!    Voor de die-hards die er geen genoeg van kunnen krijgen.

 

meervoudsvorming

Hoofdregels:

Voor mannelijke zelfstandige naamwoorden geldt: -e + Umlaut (indien mogelijk!)

Voor vrouwelijke zelfstandige naamwoorden geldt: + (e) n

Voor onzijdige zelfstandige naamwoorden geldt: + e

Let wel: dit zijn de hoofdregels, natuurlijk zijn daarop de nodige uitzonderingen!

Oefenen nog even niet!

 

Advertenties