VERVOEGING STERK WERKWOORD

VERVOEGING STERK WERKWOORD

Het sterke werkwoord heeft in de verleden tijd een klinkerverandering en het voltooid deelwoord eindigt op –en

Voorbeeld:

bleiben blieb geblieben
schwimmen schwamm geschwommen
gefallen gefiel gefallen
kommen kam gekommen

Er zijn 5 verschillende types.

type1 :bleiben /anrufen (niet eindigend op d, t, of sisklank, géén stamklinker a of e) tegenwoordige tijd

 

verleden tijd
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich bleib e blieb geblieben
du bleib st blieb st
er/sie/es bleib t blieb gebiedende wijs
wir bleib en blieb en 1. bleib(e)!
ihr bleib t blieb t 2. bleibt!
sie bleib en blieb en 3.bleiben Sie!
Sie bleib en blieb en

 

type 2:finden/bieten(de stam eindigt op d of t, géén stamklinker op a ofe.) : tegenwoordige tijd

 

verleden tijd
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich find e fand gefunden
du find est fand st
er/sie/es find et fand gebiedende wijs
wir find en fand en 1. find(e)!
ihr find et fand et 2. findet!
sie find en fand en 3.finden Sie!
Sie find en fand en

 

type 3:tragen/raten (stamklinker a) tegenwoordige tijd

 

verleden tijd
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich trag e trug getragen
du träg st trug st
er/sie/es träg t trug gebiedende wijs
wir trag en trug en 1. trag(e)!
ihr trag t trug t 2. tragt!
sie trag en trug en 3.tragen Sie!
Sie trag en trug en

 

Regel: Sterke werkwoorden met de stamklinker a(alsmede laufen, saufen en stoßen) krijgen in de 2e en 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd de Umlaut (dus niet in de gebiedende wijs!)Uitzondering: schaffen = scheppen (voortbrengen): geen Umlaut. Eindigt de stam van zo’n werkwoord op dof t, dan tevens uitval van de e bij de 2e en 3e persoon tegenwoordige tijd.

Voorbeeld: du bietest/findest   du rätst/lädst/hältst

 

type 4:sprechen/lesen (stamklinker e) tegenwoordige tijd

 

verleden tijd
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich sprech e sprach gesprochen
du sprich st sprach st
er/sie/es sprich t sprach gebiedende wijs
wir sprech en sprach en 1. sprich!
ihr sprech t sprach t 2. sprecht!
sie sprech en sprach en 3.sprechen Sie!
Sie sprech en sprach en
Regel 1: Bij sterke werkwoorden met de stamklinker e verandert deze e in drie gevallen in i of ie (e-i Wechsel):a. de 2e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd

b.de 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd

c. de gebiedende wijs enkelvoud

 

Regel 2: Korte e wordt i ; lange e wordt ie(uitgezonderd geben, nehmen, treten). Bij e-i Wechsel krijgt de gebiedende wijs enkelvoud géén e als uitgang: gib, nimm, brich, versprich, wirf enz.

Geen e-i Wechsel hebben: gehen, stehen, bewegen, heben, genesen, melken.

 

type 5: waschen/schließen (werkwoorden op sisklank:s, ß, tz of z en op sch.) tegenwoordige tijd

 

verleden tijd
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich wasch e wusch gewaschen
du wäsch st wusch (es)t
er/sie/es wäsch t wusch gebiedende wijs
wir wasch en wusch en 1.wasch(e)!
ihr wasch t wusch t 2. wascht!
sie wasch en wusch en 3.waschen Sie!
Sie wasch en wusch en

 

Algemene opmerkingen:a. Eindigt de stam van het sterke werkwoord op een sisklank dan zijn voor de 2e persoon enkelvoud verleden tijd de lange vormen gebruikelijker: du wuschest, du lasest, du ließest, du rissest enz.

b. Eindigt de stam op s, ss of ß dan krijgt de 2e persoon tegenwoordige tijd alleen de uitgang t ( en niet st). Vergelijk: du findest/ trägst/ wäschst/ sprichst met du liest (van lesen), läßt (van lassen), gießt (van gießen).

c. In de omgangstaal laat men in de gebiedende wijs enkelvoud dee meestal weg: Halt mal an! Rat mal! Lad mich ein! Schreib mir mal!

De e valt altijd weg bij de werkwoorden lassen en kommen; Laß mich nicht warten! Komm bitte schnell! en bij de gebiedende wijs enkelvoud van werkwoorden met de stamklinker e: iß, gib, wirf, brich, hilf, lies enz. Uitzondering: bij verwijzingen. Siehe folgende Seite!(=z.o.z)

Advertenties