VRAGEND VOORNAAMWOORD

VOOR PERSONEN:

1e nv wer wie Wer ist das?
2e nv wessen van wie / wiens Wessen Fahrrad ist das?
3e nv wem aan / voor wie Wem gehört der Wagen?
4e nv wen wie Wen hast du gesehen?

Bij dingen is het simpeler.

Je gebruikt dan: was.

 

Oefenen

Advertenties