WOORDVOLGORDE

De woordvolgorde in het Duits is globaal dezelfde als in het Nederlands. Er zijn een paar uitzonderingen.

In Hoofdzinnen:

1. De werkwoordsvormen en de voorvoegsels, die bij de persoonsvorm horen, staan in het algemeen aan het eind van de zin:Hij schijnt te hebben gerekend op mijn medewerking. Er scheint auf meine Mitarbeit gerechnet zu haben.Hij deelde mij dit mee aan het einde van het gesprek. Er teilte mir dies am Ende des Gesprächs mit.

2. Bij twee of drie infinitieven staat de infinitief met de klemtoon vooraan:

Hoe heb je dat kunnen doen?

Wie hast du das tun können?

Men had hem niet moeten laten lopen.

Mann hätte ihn nicht laufen lassen sollen.

 

In bijzinnen:De persoonsvorm staat aan het eind van de bijzin, behalve als de persoonsvorm van haben met twee of drie infinitieven verbonden ist:Hij beweert dat hij dat niet kon weten. Er behauptet, daß er das nicht wissen konnte.Ik weet niet waarom hij mij heeft laten komen. Ich weiß nicht, weshalb er mich hat kommen lassen.
Advertenties