ZWAK WERKWOORD

 

type:kaufen, machen, bewundern, wandern tegenwoordige tijd 

 

verleden tijd 
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich kauf e kauf te gekauft
du kauf st kauf test
er/sie/es kauf t kauf te gebiedende wijs
wir kauf en kauf ten 1. kauf(e)!
ihr kauf t kauf tet 2. kauft!
sie kauf en kauf ten 3.kaufen Sie!
Sie kauf en kauf ten

De stam eindigt op t of d of het werkwoord eindigt op-nen.(regnen, rechnen, begegnen, enz. Uitgezonderd lernen en filmen. Deze gaan zoals hier boven.

type:warten, reden, öffnen tegenwoordige tijd 

 

verleden tijd 
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich wart e wart ete gewartet
du wart est wart etest
er/sie/es wart et wart ete gebiedende wijs
wir wart en wart eten 1.pers. warte!
ihr wart et wart etet 2.>pers. wartet!
sie wart en wart eten 3.>Uwarten Sie!
Sie wart en wart eten

 

De stam eindigt op een sisklank (s, ß, z, x, tz) bijv. grüßen, duzen, mixen, setzen.

type:reisen tegenwoordige tijd 

 

verleden tijd 
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich reis e reis te gereist
du reis t reis test
er/sie/es reis t reis te gebiedende wijs
wir reis en reis ten 1.pers. reise!
ihr reis t reis tet 2.>pers. reist!
sie reis en reis ten 3.>Ureisen Sie!
Sie reis en reis ten

Opgelet: wel st in de 2e persoon tegenwoordige tijd als de stam eindigt op sch:

Du wünschst, du wischst, du naschst

 

Werkwoorden die eindigen op –eln.

Bij werkwoorden op –eln valt in de 1e persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd de e uit.

type:sammeln tegenwoordige tijd 

 

verleden tijd 
stam uitgang stam uitgang voltooid deelwoord
ich samml e sammel te gesammelt
du sammel st sammel test
er/sie/es sammel t sammel te gebiedende wijs
wir sammel n sammel ten 1.pers. sammle!
ihr sammel t sammel tet 2.>pers. sammelt!
sie sammel n sammel ten 3.>Ursammeln Sie!
Sie sammel n sammel ten

 

 

Oefenen

Advertenties